Heupdysplasie bij honden

Heupdysplasie bij honden

Heupdysplasie bij honden

Waar “koliek” het woord is waar je elke paardeneigenaar bleek van doet uitslaan, doet “heupdysplasie” quasi hetzelfde bij hondeneigenaars. Iedereen kent de term of op zijn minst de afkorting “HD”, maar vrijwel niemand weet wat het precies inhoudt. We weten wel dat het iets heel ernstigs is. En pijnlijk. En honden worden er gemeen van. En er is niets aan te doen, dus moeten we onze hond laten inslapen.
Dat dénken we toch allemaal. Tijd om op zoek te gaan naar de waarheid!

Wat is heupdysplasie?

Heupdysplasie is eigenlijk een verzamelnaam voor de slechte ontwikkeling van het heupgewricht bij de hond. Zonder teveel in detail te willen treden, moet je het heupgewricht zien als een verzameling van drie grote onderdelen: de heupkop, de heupkom en het gewrichtskapsel. Dit gewricht zal zich gedurende het eerste levensjaar van de hond ontwikkelen. Tussen de benige gedeelten en de botuiteinden zit kraakbeen, dit noemen we groeischijven. Deze zorgen er voor dat de botten van de hond na de geboorte nog kunnen groeien, zowel in de breedte als in de lengte.

Wanneer de hond ongeveer een jaar oud is, zijn alle groeischijven gesloten (alle kraakbeen is dus vervangen door bot) en is het gewricht volgroeid. Echter, tijdens dit proces kan veel misgaan. Het kan voorvallen dat de kom en de kop niet goed in elkaar passen, waardoor de kom te ondiep wordt. In sommige gevallen wordt er te weinig kraakbeen gevormd op de gewrichtskop, waardoor deze zwak en kwetsbaar is.

U merkt het al, we kunnen heupdysplasie niet onder een noemer onderbrengen. Het is niet zoals vaak wordt gedacht één bepaalde afwijking, het is eerder een algemene verzamelnaam.

Heupdysplasie? Dat is toch iets voor oude honden?

Een ander veelvoorkomend misverstand is dat heupdysplasie enkel bij oudere honden zou voorkomen. Het wordt dan ook vaak in verband gebracht met – of soms gelijkgesteld aan – artrose. Niets is echter minder waar! Er zijn steeds meer en meer honden die op jonge leeftijd – vaak al voor de leeftijd van een jaar – de diagnose heupdysplasie meekrijgen. Hoewel het voornamelijk grote rassen zijn waarbij dit voorkomt, zijn er ook meer en meer kleinere hondjes die de diagnose krijgen.

Vaak is het moeilijk om de diagnose bij jonge honden te stellen, omdat heupdysplasie niet iets is waar de eigenaar (of dierenarts) in eerste instantie aan denkt. De klachten vallen dikwijls pas op wanneer de pup naar de puppyklas begint te gaan: dan heeft de eigenaar immers vergelijkingsmateriaal en valt het hem op dat zijn hond zich toch anders gedraagt dan zijn leeftijdsgenootjes.

Bij jongere honden is er vaak geen sprake van kreupelheid: het probleem doet zich in de meeste gevallen aan beide heupen voor, waardoor de pup de beide kanten evenveel wil ontlasten. Hierdoor zal er geen kreupelheid vastgesteld kunnen worden.

Het is dan ook belangrijk dan eigenaars van jonge honden hun pup goed in de gaten houden. Wil de hond veel zitten of liggen, liggend spelen en is hij vaak stijf bij het opstaan of na het spelen? Dan is het aangewezen om de dierenarts met een bezoekje te vereren. 

Heupdysplasie: de diagnose

Vaak voelen baasjes de bui al hangen nog vooraleer de dierenarts zijn diagnose heeft uitgesproken. Honden met heupdysplasie hebben immers pijn, en daardoor zien we vaak dat ze moeilijk overeind kunnen komen, dat ze het lopen en spelen gaan mijden en dat ze wat moeilijker kunnen bewegen op de achterpoten. Dit is zeker geen sluitend lijstje, en bovendien is het niet zo dat honden met heupdysplasie ook standaard slecht lopen. Dieren met zeer slechte röntgenfoto’s lopen vaak prima rond.

Omwille van deze reden beperken de artsen zich meestal niet tot een enkel klinisch onderzoek, maar worden er ook röntgenfoto’s gemaakt. Wanneer de hond onder narcose is en dus volledig ontspannen, zal de dierenarts bovendien een onderzoek kunnen uitvoeren om vast te stellen dat de heup makkelijk uit de kom te drukken is. Hierdoor kan men de diagnose met zekerheid vaststellen.

Hoe kan je een hond met heupdysplasie helpen?

Gelukkig is de diagnose “heupdysplasie” al lang geen doodvonnis meer. Er zijn verschillende manieren om een hond met deze problematiek te helpen.

Ten eerste is er de conservatieve behandeling. Dit betekent dat er nietgeopereerd wordt.  Deze methode wordt vooral gebruikt wanneer de heupdysplasie in een vroeg stadium ontdekt wordt. Enerzijds wordt zware belasting van de heupen vermeden en worden de bilspieren van de hond getraind. Zwemmen is hier een ideale oplossing voor! Een goed ontwikkelde bilspier zorgt er voor dat de heup steviger in de heupkom gedrukt wordt, waardoor deze stabieler zal liggen.

Anderzijds worden honden in deze behandelingswijze vaak ondersteund met bepaalde voeding, supplementen en soms ook ontstekingsremmende pijnstillers. Bepaalde diëten zijn rijk aan onverzadigde vetzuren en hebben een ontstekingsremmende werking.

De tweede methode is een chirurgische ingreep. Als er nog geen artrose gevormd is, kan men door een bekkenkanteling het heupgewricht gaan stabiliseren. Deze operatie zal veelal voorkomen bij zeer jonge honden. Bij oudere honden of honden waarbij er al (erge) artrose gevormd is, kan men er voor kiezen om het volledige heupgewricht te vervangen. Hier hangt natuurlijk een serieus kostenplaatje aan vast.

Shiatsu en heupdysplasie

Hoewel shiatsu het probleem natuurlijk niet kan oplossen, kan het wel een nuttige behandelingswijze zijn voor honden met heupdysplasie.